[00:01] Introductie
Björn Crul: Dag luisteraars. Een keuken is vandaag veel meer dan de plek waar we koken. Vandaag willen we dat de keuken deel uitmaakt van de leefruimte en fungeert als een ontmoetingsplek. Het is dan ook geen toeval dat dit een van de grootste investeringen is in een woning, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie.
[00:17] Uitdagingen voor de keukenbouwers
Björn Crul: En dat is positief nieuws voor de keukenbouwers, want toch staat deze sector voor belangrijke uitdagingen. De residentiële bouwmarkt vertraagt, terwijl klanten veel eisender zijn geworden en meer vergelijken dan vroeger. Het is een concurrentiële sector, waarbij zelfstandige keukenbouwers geconfronteerd worden met nationale retailers en internationale ketens die de druk opvoeren. Leg daar nog het tekort aan vaklui, de digitale transformatie en de vraag rond duurzaamheid bovenop en dan is het snel duidelijk dat keukenbouwers vandaag veel op hun bord hebben. De belangrijkste vraag is echter: hoe kan de zelfstandige keukenbouwer in deze tijden het verschil maken en waar liggen de kansen?
[01:02] Voorstelling van de gasten
Björn Crul: Samen met Peter Vanthienen van Brio Groep en Frank Rombouts van Royal Crown. Beiden ondersteunen een uitgebreid netwerk van zelfstandige keukenbouwers en interieurspecialisten in België. Heren, welkom. Laten we beginnen met een stapje terug te zetten in de tijd. Tijdens de coronaperiode moesten we met z’n allen in ons kot blijven en dat heeft veel Belgen ertoe aangezet om te investeren in hun woning en zeker ook in hun keuken. Is de manier waarop mensen naar hun interieur kijken blijvend veranderd?
[01:35] Corona veranderde het wonen
Peter Vanthienen: Ik denk dat we echt wel mogen zeggen dat het een echte verandering geweest is. Ik bedoel daarmee niet alleen het zicht van de keuken. De mensen kregen meer bezoek, leefden meer thuis, dus er werd echt wel meer naar de mooie dingen gekeken. Maar bijvoorbeeld ook de kasten voor de wasmachines en de droogkasten in de berging is iets wat ervoor bijna niet bestond en sindsdien toch wel echt in de picture staat. Ook de kasten in de hal en zo verder. Dus dat is echt wel een echte verandering geweest.
[02:08] Versnelling van bestaande trends
Björn Crul: Frank, heb jij ook die trends gezien?
Frank Rombouts: Ja, er waren trends die voor een stuk ook al bezig waren. Maar het zal inderdaad wel waar zijn dat het gebeuren wat versneld heeft. Zoals Peter terecht zegt, is de tendens naar totaalinterieur daar ook meer uitgesproken geworden. Mensen ontvingen ook meer gasten. Men ging meer huiselijk leven. En dat heeft eigenlijk voor de maatwerksector wel positieve gevolgen gehad. De keuken als startpunt van een volledig interieur werd meer uitgesproken vanaf die periode.
[02:38] De periode na corona
Björn Crul: Positieve gevolgen hoor ik jou zeggen. Dat betekent meer werk in die coronaperiode. Krijgt dat dan een weerbots net erna?
Frank Rombouts: Ik denk dat alle sectoren wel een bepaalde weerbots hebben gehad. Voor de maatwerksector denk ik dat dat beperkt blijft, omdat die ook altijd… U moet denken: als u vandaag naar een speciaalzaak gaat, dan is dat toch minimum vijf tot zes tot zeven tot acht maanden wachten. Dat lost zichzelf een beetje op. Maar het was natuurlijk een enorme piek. Ook omdat we niets anders konden doen dan in onze woning investeren. Andere zaken waren uitgesloten. Dus dat heeft wel een piek veroorzaakt. Maar wij zijn eigenlijk kunnen verder blijven surfen op dat geheel. Daar waar bijvoorbeeld andere sectoren heel erg gepiekt hebben en dan weer zijn teruggevallen, viel dit nogal mee in het maatwerk waar wij voor staan.
[03:28] De markt vandaag
Björn Crul: Peter, als je dan kijkt naar waar de sector vandaag staat. Heeft dat een impact op het maatwerk?
Peter Vanthienen: Ik denk dat we dat niet mogen overschatten: dat het slechter zou gaan. Ik zie niet de cijfers dat het slechter gaat. Ik zou bijna zeggen: integendeel. Door het feit dat we breder gaan in het maatwerk en die kasten en zo verder erbij pakken, denk ik dat we zelfs beter doen dan voor corona. Ik bedoel daarmee: we hebben natuurlijk even een piek gehad tijdens corona, direct na corona. Van degenen die het totaalbeeld brengen. En dat spreekt ook mensen aan om toch wel verder te investeren in hun huis.
[04:16] Nieuwbouw versus renovatie
Björn Crul: Frank, zie je grote verschillen tussen nieuwbouw en renovatie?
Frank Rombouts: Ja, het type klant waar wij voor werken is natuurlijk hoofdzakelijk actief in renovatie, laat ons zeggen. Dus ik treed Peter wel bij in die zin dat ik ook niet de perceptie heb dat de markt per se slecht zou doen. De markt is zich anders aan het organiseren. Ook in het laagste segment en daartussenin voelen we een krapte. En dat geeft misschien een verkeerd beeld, maar interieurmaatwerk doet het eigenlijk op zich zeer goed. We zien wel dat, als we de bouwvergunningen bekijken die zijn afgeleverd, daar wel een significante daling in zit. Iedereen voelt ook dat een particulier nieuwbouwproject minder is dan vroeger. Maar de renovatie, met de doelstellingen die er voor Vlaanderen en Wallonië zijn, gaat niet afnemen.
[05:04] Klanten vergelijken meer
Björn Crul: Integendeel. Merken jullie bij de keukenbouwers uit jullie netwerk dat klanten langer nadenken of meer offertes opvragen?
Frank Rombouts: Dat is wel een tendens die duidelijk is. Mensen gaan zich ook steeds vroeger oriënteren. Mensen twijfelen wat meer. Ik weet niet hoe het bij u is, Peter, als u de klanten hoort. Maar we voelen wel dat het wat moeilijker loopt om eigenlijk die uiteindelijke bom te laten tekenen. En dat gaat een beetje gepaard met de onzekerheid die er is.
[05:37] Prijs als onderhandeling
Peter Vanthienen: Dat voel je wel. Dat is logisch. Er is oorlog, er is van alles, er wordt over veel gesproken. Maar ik zou ook durven zeggen dat het ook heel dikwijls als excuus gebruikt wordt. Interesten die stijgen van drie naar vier, dat klinkt veel, maar helaas ben ik al wat ouder en we zijn ooit begonnen aan tien en aan negen en aan twaalf en aan dertien. Dus we mogen dat ook niet overdrijven. Het is dikwijls een excuus ter onderhandeling om te zeggen: hoe zit het met de prijs? Klopt onze prijs wel?
[05:57] Prijs als discussiepunt
Peter Vanthienen: Dus we mogen dat ook niet overdrijven. Het is dikwijls een excuus ter onderhandeling om te zeggen: hoe zit het met de prijs? Klopt onze prijs wel?
[06:09] Kwaliteit als onderscheid
Peter Vanthienen: Als de vakman ter sprake komt, kan hij veel weerleggen als het zover is. Probeert de klant te beknibbelen op de toestellen, op de uitvoering? Ik zou zeggen: ik hoop van wel dat ze dat doen, dat ze dat proberen. Maar het is aan ons om te zeggen, of tenminste aan onze vakman, om te zeggen: wat is de kwaliteit, waar maken wij het verschil, waar zie je het verschil en waar proef je het verschil? Ik denk dat dat voor ons superbelangrijk is om daar nog meer op in te zetten.
[06:40] Verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië
Björn Crul: België is natuurlijk een land met twee culturen, laten we maar zeggen. Je hebt Vlamingen en Franstaligen, die misschien ook een beetje een andere smaak hebben, misschien ook een ander budget te besteden. Zie je die verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië?
Frank Rombouts: Absoluut. De budgetten liggen significant hoger in Vlaanderen. Wij wonen ook wel wat anders.
Björn Crul: En wat is dat in Vlaanderen dan, gemiddeld?
Frank Rombouts: We zitten rond de 17.000 voor een maatwerkkeuken van het betere soort gemiddeld. Dus er zijn streken waar dat hoger ligt, rond Brussel en zo verder. En in Wallonië ligt dat rond 10, max. 15. Afhankelijk ook van de streek. Dus dat is wel een ander gegeven. Dat zit hem vooral in eigenlijk aan alle mogelijke soorten. We doen er veel onderzoek naar. Het gebruik van de materialen, de toestellen die wat goedkoper zijn. Dus eigenlijk een algehele minder luxueuze keuken.
[07:54] Positionering in Wallonië
Björn Crul: Peter, wat betekent dat voor de zelfstandige keukenbouwer? Moet hij zich dan anders gaan positioneren? Of op een andere manier klanten proberen aan te trekken in Wallonië dan in Vlaanderen?
Peter Vanthienen: Ja, hij gaat in elk geval meer rekening moeten houden met het budget dat er beschikbaar is. Dat in elk geval. Er wordt ook wat luchtiger over gesproken. Het zijn ook luchtigere kleuren dat er gebruikt worden. Het is toch wel een andere keuken dat er verkocht wordt. De ruimtes zijn inderdaad kleiner. En er wordt in mijn ogen minder op lange termijn gedacht. Het gaat iets meer op korte termijn. Een keuken voor vijf jaar, voor tien jaar, voor vijftien jaar. Maar er wordt eigenlijk bijzonder weinig gedacht aan een keuken voor de rest van ons leven.
Frank Rombouts: Zoals wij in Vlaanderen toch wel dikwijls denken. Het leunt wat aan bij de Franse mentaliteit. Waardoor we bijvoorbeeld echt het maatwerk bouwen in Wallonië is ook van een heel ander allooi. Als hier dus binnen onze groep, bijvoorbeeld, zijn er een handvol die in Wallonië het wagen om zelf echt te maken. Daar waar dat in Vlaanderen floreert in beide groepen. Dus dat is een beetje een andere dimensie. Die markt staat afhankelijk van hoe je het wil bekijken. We hebben de aanleunende Noord-Franse markt, die ook wat anders is, wat meer ketengeoriënteerd. En dat heeft er volgens mij ook wel wat mee te maken.
Peter Vanthienen: Ik zou er ook graag nog iets aan toevoegen. Vlaanderen is op dat vlak echt wel heel specifiek. We zitten tussen Nederland, waar de keukens een pak kleiner en goedkoper zijn. En we zitten aan de andere kant met Frankrijk en Wallonië, waar ook kleiner en goedkoper is. Dus Vlaanderen heeft echt wel een traditie van hout. De werking van maatwerk, van mooie dingen maken, mooie huizen bouwen. Niet altijd even mooi overal, maar we hebben toch die traditie. En dat zorgt er ook voor dat we toch wel de betere keuken met de betere toestellen kunnen verkopen.
[09:58] De kritische Vlaamse klant
Björn Crul: De Vlaming investeert graag in zijn keuken, die een beetje de centrale plek in de woning is. Maar betekent dat dat die Vlaamse klant ook kritischer is, selectiever is, hogere verwachtingen koestert?
Peter Vanthienen: Beter ingelicht is. Hij bereidt zich ook veel beter voor als hij een keuken gaat kiezen of over interieur bezig is. Dat zie je ook aan de opkomst van de binnenhuisarchitecten en van de architecten tout court. Ik denk dat wij in Vlaanderen veel meer met interieur en ook met exterieur, met tuinaanleg, met verzorging van huizen bezig zijn. Dat valt op als je in Vlaanderen rondrijdt. Als je dat vergelijkt met Frankrijk bijvoorbeeld, dat is dag en nacht verschil.
[10:39] Inspiratie voor de klant
Björn Crul: Frank, waar haalt die klant, die veel eisende klant, vandaag eigenlijk zijn inspiratie? Waar gaat hij op zoek naar ideeën?
Frank Rombouts: Overal zowat. Ik kan er een paar dingen uitpikken. Uiteraard de social media. De opkomst van Instagram als visueel medium heeft daar een bepaalde impact. We zien dat Pinterest heel vaak het begin van de customer journey is voor jong en oud. We hebben dat eigenlijk gemeten. Transgenerationeel noem ik dat. Dus we hebben Gen Z, veertigers en vijftigplussers samengezet om eens te praten over hoe dat gebeurt. Waar we gaan kijken van: wat vind ik mooi? Dan gaat men zich naar een showroom begeven. Een beurs wint ook terug wat aan belang. Dat is een tijdje wat rustiger geweest, maar je ziet dat mensen dat nu ook gaan doen. Dus die gaan zich, zoals Peter ook terecht zegt, zeer goed informeren alvorens ze effectief de showroom binnenstappen.
[11:31] De showroom als adviescentrum
Björn Crul: En is de rol van de showroom dan veranderd?
Frank Rombouts: De showroom moet in eerste instantie een soort van adviescentrum worden. Wat zien we overal terugkomen? Dat is dat mensen die verkenning al wel wat hebben gedaan. En ze gaan vooral voor een doelgericht advies. En uiteraard in tweede instantie ook te zien wat dat geheel gaat kosten. Dus de rol van de verkoper, ook zeker tijdens COVID is die tendens ook wat begonnen, om daar nog even op terug te komen, is erg doorslaggevend. Hij is de adviseur, hij is degene die het moet kanaliseren. Hij heeft alles in handen om eigenlijk die mensen te leiden. En ze gaan dat van hem ook verwachten. Waarin we zien dat als mensen hoge budgetten gaan spenderen, de eisen uiteraard ook hoog zijn. Maar dat moet zeker geen probleem of een nadeel zijn.
Peter Vanthienen: Ik wil Frank erin bijtreden dat het advies van de verkoper en de kennis van de verkoper des te belangrijker wordt. De klant heeft geen boodschap aan veertig keukens in een showroom die niet in zijn huis passen. Daar kan hij niks mee doen. Hij heeft nood aan een verkoper die het product kent en die een product, al is het op staal, al is het op computer, al is het met beeld, kan laten zien en die een droom kan omzetten in een tekening. En dat is denk ik, als het dan virtueel kan, is het natuurlijk nog beter, nog leuker, maar dat is denk ik vandaag het beeld dat onze klant moet brengen.
[12:59] Prijsverwachtingen
Björn Crul: Die droom die wordt geïnspireerd door sociale media. Je hebt het gezegd, Frank: Pinterest, Instagram enzovoort. Maar staat daar misschien ook wel een stukje een onrealistische prijsverwachting naast?
Frank Rombouts: Als we het over de prijs hebben, is dat een zeer emotioneel gegeven, weten we uit diverse marktonderzoeken. Wat bedoel ik daarmee? De prijs voor een keuken of een interieur is zeer fluctuerend. Men kan beginnen met een bepaald budget wat men in zijn hoofd heeft en daar los boven of misschien onder gaan, zonder dat men daar ontevreden over moet zijn. Dus de prijs is natuurlijk, als men mensen ondervraagt, consumenten in het gesprek of via een onderzoek of whatever, men gaat altijd zeggen dat de prijs het belangrijkste criterium is. Wij weten dat dat voor de producten die onze klanten zetten, plaatsen enzovoort, eigenlijk niet zo is. Die prijs is eigenlijk, laten we zeggen, een beetje een emotioneel gegeven dat verandert doorheen de zoektocht. En daarin is dat advies juist zo doorslaggevend. Als men erin kan slagen om een klant anders te doen denken en het juiste advies te geven, en daar staat een meerprijs tegenover, gaat u zien dat de klant daar in principe geen probleem mee heeft.
[14:11] Keukentrends
Björn Crul: Ik heb onthouden, Peter, wat jij daarnet zei: als de Vlaming dan investeert in zijn keuken… Hoe zit het dan met keukentrends? Veranderen die trends heel stil of zien jullie daar toch heel snelle evoluties?
Peter Vanthienen: Ik denk dat we in Vlaanderen vooral gericht zijn op een trage evolutie. Zoals er juist gezegd, eigenlijk Wallonië gaat het iets sneller qua kleuren en qua veranderingen. Ook het feit dat de keuken natuurlijk goedkoper is en makkelijker vervangbaar is. … zijn eigenlijk niet spectaculair veranderd. Er zijn een aantal zaken bijgekomen. Er zijn een aantal aanpassingen. Er is een Japandi-stijl die dan even een ingang krijgt. Oké, dat is geen enkel probleem. Dat wordt ook gemaakt, gedaan. Maar qua kleuren, het wit en het beige en het bruin, daar wordt in Vlaanderen bijna niet van afgeweken. Het wordt elk jaar geprobeerd op elke beurs de groene kleuren en de blauwe kleuren erin te krijgen. … vrij conservatief blijft.
Frank Rombouts: Ja, dat kunnen we inderdaad bevestigen. We zijn niet de grote risiconemers. Wat zie je wel? Dat is dat naarmate de technologie en de kunde waarmee bepaalde onderdelen, zoals werkbladen, gemaakt worden, er een hele industrie is rond keramiek die gericht is op het maken van mooie motieven. Je ziet dat dat wel een ingang vindt. Maar in the end is het waar wat Peter zegt: 80% van de mensen kiest voor de veilige oplossing, die weliswaar zeer stijlvol is, zeer tijdloos. Als Belg zijn we niet zo geënt op wilde kleuren of wilde details. Maar bijvoorbeeld naar de spoelbak toe zagen we dat die eigenlijk altijd inox is geweest, laten we zeggen roestvrij staal, met al dan niet een geborstelde kraan erop of een chromé-zilverkraan. Dan zie je dat dat wel de laatste jaren voor goud, voor zwart is. Het is eigenlijk ook een beetje de technologische evolutie die dat vaak aanstuurt. Maar de Belg heeft een zeer goede smaak over het algemeen. Zeer opvallende zaken. Dus dat doen wij niet als volk.
[16:28] Open leefkeuken
Björn Crul: Peter, ik denk een van de zaken die ook ingeburgerd is in Vlaanderen, als men er de ruimte voor heeft, dat is de open leefkeuken die aansluit bij de leefruimte. Waarom is dat zo populair bij ons?
Peter Vanthienen: Ja, goede vraag. We zijn een volk dat toch graag met mensen bezig is, in groep bezig is. Misschien niet naar buiten uit, maar wel in familiekring, wel in kleine kringen. Groepen van vier, zes, acht mensen. En dan is het natuurlijk leuk, zoals we op elke social media zien, dat je samen zit te koken, dat je samen kookt, dat je een aperitief drinkt terwijl je de soep aan het warm maken bent. Het is een stuk social media natuurlijk die dat ingeeft. En het is ook leuk om het samen te doen. Wat niet wil zeggen dat het altijd even praktisch is. Want dat is ook iets dat toch wel opmerkelijk is. Maar praktisch gezien is natuurlijk dikwijls de afzuigkap en de afzuiging en zo verder gemakkelijker langs de kant van de muur. Ik denk dat dat een evolutie is, zoals we daar juist ook zeggen, die nu wel even aangepast zal worden, veronderstel ik. En dat is dan ten gevolge van de techniciteit van de kookplaat en zo verder. Maar het is een leuk gegeven om samen iets te doen.
Frank Rombouts: Ik denk ook, als ik daar iets mag op aanvullen, dat er nog twee elementen zijn die ik zou kunnen toevoegen, zijnde: ja, wij hebben ook een echte kookcultuur. We koken graag. We zijn inderdaad graag met mensen bezig. Plus de architectuur van appartementen en zo verder zijn ook veelal geëvolueerd naar een open architectuur, waarbij die keuken eigenlijk ook midden in de ruimte staat, waardoor die logisch ook meer als deel van het interieur … Alleen zie je dat de tendens nu is dat het vaak ook startpunt wordt. We hebben dat gezien ook in Milaan. Ook de Italiaanse merken die dan wat toonaangevend zijn als het gaat over opstellingen en kleuren en zo verder. En daar hele livingmeubels en noem maar op aan vastbreien. Je ziet die tendens bij ons ook wel, maar ik denk dat de opvatting van hoe wij bouwen ook veranderd is en dat die keuken daarin onlosmakelijk, noodzakelijkerwijs ook een bepaalde centrale plek is gaan innemen.
[18:42] Invloed van Italië op design
Björn Crul: Ja, Frank, je verwijst daar naar Milaan, die Italiaanse keukenbouwers. Blijven die tot op vandaag de richting geven voor keukens, voor design, voor interieur?
Frank Rombouts: Zoals we dat zeggen, en dat zijn de Italianen. Zij geven die richting op design. Zij laten zien wat meer kan. Ik denk dat Vlaanderen, en uiteraard ook Wallonië, maar vooral Vlaanderen, op zichzelf ook wel trendsetters zijn. Dus het gaat wel vooral over wat nu de tendensen zijn. En je ziet: Italië is een modeland, en we zien dat de fashionkleuren voor kledij vaak ook doorvertaald worden op die beurs naar de keuken toe. Puur naar technologie en zo verder denk ik dat de Italianen daar niet minder of niet meer zijn dan wij Vlamingen. Dus daar zie ik dan niet echt een verschil. Het is eerder van: oké, kunnen we een gedurfd element inbrengen, zoals het integreren van een vitrinekast met glas in uw keuken, wat dan doorloopt naar de living. Dat soort zaken durven zij wel in de markt te zetten.
[20:00] Concurrentie in de markt
Björn Crul: Als we dan kijken naar de markt waarin jullie samen met de keukenbouwers actief zijn, dat is een vrij drukke markt, vind ik, vandaag. Je hebt daar zelfstandige keukenbouwers, grote ketens, retailers, schrijnwerkers, lokale producenten met een eigen netwerk. Hoe sterk leeft die concurrentie, Peter?
Peter Vanthienen: Die is er, uiteraard. En is ze toegenomen de afgelopen jaren? Erg, als iedereen zijn doelpubliek weet en kent. Dan is het eigenlijk op zich niet zo’n probleem. Dan is het alleen de kunst om uw USP aan te bieden aan de juiste mensen, aan de juiste doelgroep. En dat is denk ik wel belangrijk. Wij zitten in een ander segment, of tenminste wij zitten zelf in een ander segment dan veel aanbieders vandaag op de markt. Wat op zich niet erg is, want wij kunnen echt wel het verschil maken tussen die groepen. Publiciteit en de social media zorgen er soms wel voor dat dat een probleem is.
[21:05] Kortingen en promoties
Björn Crul: Je hebt eigenlijk een beetje het idee soms dat het is zoals een auto: een auto heeft een bepaalde prijs. Je stapt een garage binnen, daar gaat meteen twintig, vijfentwintig procent af. Hier, als je naar reclame kijkt en luistert, krijg je de plaatsing er gratis bij of de toestellen.
Peter Vanthienen: Het lijkt alsof het altijd wel een stuk in promotie is. Ik hoop elke dag dat de mensen dat beginnen door te hebben: dat je geen gratis toestellen kunt hebben en dat je ook geen gratis plaatsing kunt hebben. En ook vooral geen gratis btw. Ik begrijp ook niet dat de minister dat blijft toelaten nu ze geld nodig hebben. Dus dat is iets dat in se niet kan en ik ga ervan uit dat ons cliënteel het ook niet gelooft.
[21:44] Prijsperceptie
Frank Rombouts: We hebben het kunnen bewijzen. Uiteindelijk is de prijs een dynamisch gegeven, een emotioneel gebeuren. Waar helpen die zaken? Dat hebben we ook gezien. Men kan misschien sneller een welbepaald type van klant binnentrekken. In het verkoopsgesprek, in het adviesgesprek, kan dat ook de boel vooruithelpen om die dag zelf bijvoorbeeld te laten tekenen. Wat weten wij? Dat mensen die ingegaan zijn op dat soort praktijken wel zeer tevreden kunnen zijn van het eindproduct, maar nooit nog teruggaan bij dergelijke aanbieders. Juist door die druk die zij hebben ervaren tijdens het plannen van de droom. Voor de mensen… Wij zitten er alle dagen in, wij onderschatten dat misschien, maar voor de modale Vlaming is dat een zeer heuglijk moment als de nieuwe keuken geplaatst wordt. En daar wordt lang over nagedacht, lang over gespaard. Dus ja, druk die wordt ervaren en onrealistische verwachtingen die worden gecreëerd, daar haken ze achteraf op af. Dan kun je niet de tweede keer naar een dergelijke zaak gaan.
Frank Rombouts: Maar het is wel waar dat het lijkt alsof er in Vlaanderen altijd maar keukenzaken of ketens zoals paddenstoelen uit de grond schieten. Niets is minder waar eigenlijk. Het aantal keukenzaken en specialisten neemt eigenlijk nog steeds af. Dus het is soms ook een beetje een foute perceptie, omdat we nu eenmaal publicitair een zeer actieve markt zijn. Dat geeft de indruk alsof we iedere dag overal tien keukenzaken bij zien. Ze concentreren zich heel goed. Maar het is vooral omdat we publicitair zeer actief zijn als sector dat die indruk ontstaat.
[23:33] De positie van Ikea
Björn Crul: Voor de situatie in ons land is de dominante positie van Ikea, die heel veel keukens verkoopt. Hoe is die keten er eigenlijk in geslaagd om zo’n grote positie te bereiken, Frank?
Frank Rombouts: Ikea heeft het als een soort van commodity kunnen verkopen. Zij hebben eigenlijk het imago voor zichzelf kunnen ophangen om betaalbaar design te bieden in Scandinavische stijl, wat op zich ook als belofte waargemaakt wordt. Zij zijn ook degene die erin geslaagd zijn om in het lagere segment een bepaald volume te creëren. Ik denk, als ik naar de buurlanden kijk, waar dat substantieel lager is, dat het ook moeilijk is met de huidige kosten- en belastingstructuur die we kennen in Vlaanderen en in België om eigenlijk in het lagere segment actief te zijn als zelfstandige. Het is een typische instapkeuken. Ook in Vlaanderen is het zeer moeilijk om daar als vakhandel, door de hoge kostenstructuren, arbeidslasten en zo verder, concurrentieel te kunnen zijn. Dus dat is bijna niet mogelijk. Dat is een van de maatschappelijke redenen waarom Ikea, met een miljardenbusiness errond, daar wel in slaagt. Die hebben die infrastructuur en op een of andere manier ook die reflex bij de consument kunnen creëren dat men een betaalbaar product van hogere kwaliteit kan aanschaffen, en dan ook nog eens Scandinavisch design.
[25:05] Het verschil maken als zelfstandige keukenbouwer
Björn Crul: Zelfstandige keukenbouwers. Hoe kan die zich positioneren als een vakman die het verschil maakt?
Peter Vanthienen: Op zich is dat niet zo heel moeilijk. Ik wil er eerst even aan toevoegen dat we toch niet mogen vergeten dat niet alleen de Italiaanse markt en de Duitse markt belangrijk waren, maar dat de laatste jaren heel het Scandinavisch model, zal ik zeggen, zeker in de meubelbusiness en in onze keukenbusiness, toch wel doorslaggevend geweest is. Daar heeft IKEA ook van geprofiteerd. Zoals Frank zegt, het is een instapkeuken. Dat wil zeggen: jonge mensen zonder het kapitaal kunnen voor relatief weinig geld de basis kopen bij IKEA. Dat geldt voor een bed, dat geldt voor een matras, maar dat geldt ook voor die keuken. Dat gaat over basistoestellen. Dat wil zeggen: neem drie kasten van 60 breed, zet er een oven in en zet er een kookplaat op en je hebt een keuken. Dat maakt ook ineens de relativiteit. Wat is een keuken vandaag? Ik denk dat als we de prijzen echt like for like gaan vergelijken, we al met heel andere prijzen gaan zitten, ook bij IKEA.
[26:18] Maatwerk als meerwaarde
Björn Crul: En dus daar maakt de zelfstandige keukenbouwer het verschil met het maatwerk.
Peter Vanthienen: Ja, absoluut. En wij zien ook heel goed mensen die de eerste keuken bij IKEA kopen en die dan later een nieuw huis bouwen of verbouwen, dat die dan toch wel bij ons terechtkomen. Voor de betere kasten en de stevigere kasten komen ze wel bij ons terecht en dan kunnen we ook het verschil maken. Dan is dat ook niet zo’n probleem.
[26:49] Transparante prijzen
Frank Rombouts: Aan toe te voegen nog dat IKEA ook de enige is die open en transparant een prijscalculator online heeft staan. Dus IKEA dient vaak als benchmark, omdat zij configuratoren met prijzen online zetten. Dus vaak gaat een consument daar zijn eerste plannetje of concept tekenen. Niet omdat wij daarom duurder zouden zijn. Ik weet dat dat niet zo is. Maar dat wordt vaak als een beginpunt gezien. Door die transparantie krijg je natuurlijk dat veel klanten ook gewoon in het proces blijven zitten. Zij zijn eigenlijk de enigen die open en transparant heel goed die prijs tonen van wat het product uiteindelijk gaat kosten. Dat is natuurlijk zeer moeilijk in de maatwerkcontext, juist omdat die adviserende rol andere materialen gaat aanbevelen enzovoort. Dat is uiteraard ook een reden waarom dat zoveel succes heeft.
[27:43] Van keuken naar totaalinterieur
Björn Crul: Steeds meer keukenbouwers schuiven op in de richting van een totaalinterieur. Als jullie kijken naar de bedrijfsrealiteit, is dat soort aanbod vandaag een noodzaak om voldoende omzet en voldoende marge te halen?
Peter Vanthienen: Ik denk niet dat het een noodzaak is. Het maakt het, hoe moet ik dat zeggen, makkelijker. Ik heb een USP extra om naar de klanten te gaan en te zeggen: we hebben een one-stop-shop. Maar het is geen noodzaak. Het vraagt wel een heel andere organisatie. Dat maakt het ook een heel stuk moeilijker. Dat wil ook zeggen dat je veel beter moet georganiseerd zijn als keukenbouwer of interieurbouwer. Maar op zich is het iets makkelijker om een totaalbeeld, een totale droom aan te bieden, als het goed gebeurt uiteraard.
Björn Crul: Dus, Frank, je moet al een bepaalde taille hebben als bedrijf om dit te kunnen doen?
Frank Rombouts: Om het succesvol te kunnen doen. Iedereen kan het doen. Maar om het winstgevend en rendabel te maken, moet het goed georganiseerd zijn. Bij zo’n totaalproject komt uiteraard veel meer kijken. Er zijn veel meer randwerken die ook dienen te gebeuren, al dan niet in eigen beheer. Dat project moet een bepaalde doorlooptijd hebben en die moet gerespecteerd worden. Als ik één totaalinrichting aanneem, kan ik misschien in die periode ook meerdere keukens plaatsen. Dat kunnen we niet ontkennen. Daar kan maatwerk, uiteraard met een eigen productiefaciliteit, een groot verschil maken. Zij zijn eigenlijk ook een beetje gedoemd om dit te doen. Dat doen ze gelukkig heel goed allemaal. Efficiëntie in hun processen is daar wel zeer belangrijk.
[28:39] Organisatie van totaalprojecten
Frank Rombouts: Om het succesvol te kunnen doen. Iedereen kan het doen. Dus, maar om het winstgevend en rendabel te maken, moet het goed georganiseerd zijn. Zo’n totaalproject komt uiteraard veel meer bij kijken. Er zijn veel meer randwerken die ook dienen te gebeuren, al dan niet in eigen beheer. Dat project moet een bepaalde doorlooptijd hebben, die moet gerespecteerd worden. Als ik één totaalinrichting aanneem, kan ik misschien in die periode ook meerdere keukens hebben. Dat kunnen we niet ontkennen. Dus daar kan het maatwerk, uiteraard met eigen productiefaciliteit, een groot verschil maken. Dus zij zijn eigenlijk ook, denk ik, een beetje gedoemd om dit te doen. Dat doen ze gelukkig heel goed allemaal. Dus maar efficiëntie in hun processen is daar wel zeer belangrijk.
[29:31] Uitdagingen voor zelfstandige keukenbouwers
Björn Crul: Efficiëntie en letten op de marges, denk ik, is zo’n grote uitdaging. Wat zien jullie zelf nog als andere grote uitdagingen voor de zelfstandige keukenbouwer?
Frank Rombouts: Vinden, vakpersoneel. Ik denk, we hebben het geluk samen om mooie cijfers neer te leggen. De sector doet het goed. We floreren in ons segment. Het enige wat de grootste bedreiging lijkt, is vakpersoneel. Mensen vinden die het vak nog willen leren. Het is niet dat er geen instanties zijn die het vak kunnen aanleren. Het is de wil om te willen leren. Dus we zien dat meubelmaker, plaatser, dat dat eigenlijk een knelpuntberoep wordt. Dreiging, denk ik, op een maatschappelijk niveau. En verder gaat het om marge, buitenlandse aanbieders, ketens, noem maar op. Misschien Aziatische markten die ook graantje willen meepikken in Europa. Men kan daar wel heel wat bedreigingen op doen, maar degene die het dichtstbij ligt, denk ik, dat is van oké, wie gaat het zetten.
[30:33] Vakpersoneel als rem op groei
Björn Crul: Peter, is dat een rem op de groei van de keukenbouwers?
Peter Vanthienen: Dat is absoluut een rem, ja. Dat is absoluut een rem. Het wordt tijd eigenlijk dat we het beroep terug sexy maken. Dat er sommige scholen, onder andere in Herentals bij ons, dat eigenlijk de houtbewerkingafdeling voor een stuk en verkoopafdeling, dat dat eigenlijk gewoon wegvalt. Dat ze daar niet meer in investeren. En dat is iets waar wij zelf ook moeten aan meewerken, om dat terug op de kaart te zetten en om dat terug een stuk sexy te maken. Het is een mooi beroep, het is een kunstig beroep, want ik noem het ook kunstenaars. Tegen een muur geplaatst worden. Het is iets dat gemaakt wordt met de hand. Dus dat is kunst, dat is ambacht. En dat is iets waar wij moeten in investeren. En waar een klant ook graag voor betaalt als het iets unieks en iets speciaals is. Dat is ook geen probleem.
[31:31] Technologie en automatisering
Björn Crul: Zal de technologie daar misschien een stuk van het probleem oplossen, Frank?
Frank Rombouts: Onlosmakelijk wel. Ik kan een kleine anekdote vertellen. We waren op bezoek bij onze leverancier Liebherr. Hadden ze een zeer ingenieuze lasstraat van meerdere miljoenen euro’s. Dat was iets fenomenaal, compleet gerobotiseerd. Waarbij die gids ook letterlijk zei van: de kwaliteit van de lasnaad in dit geval was enorm hoog. Het is gerobotiseerd, maar we vinden geen lassers. Dus we moesten dit oplossen, want we moeten er wel 3000 per jaar kunnen leveren. Dus en daar zag je bijvoorbeeld voor een proces wat dat misschien op het eerste zicht ondenkbaar lijkt te laten verlopen, dat is dat toch gelukt. Het was zeer indrukwekkend, moet ik wel zeggen. Maar dat deed bij mij wel een belletje rinkelen van: oké, technologie hand in hand. Waar wij zitten in Genk, hebben wij de Torsite, en die zijn eigenlijk volop aan het innoveren op dat soort zaken. Met een typisch Vlaamse straat effectief nagebouwd, en is men op heel hoog niveau technologie samen met alle universiteiten aan het testen, waar dat nu een MET-robot rondloopt, waar dat een onderhoudsrobot. Men is daar wel mee bezig en daar is ook uiteindelijk de concurrentiële positie van Europa belangrijk. En het feit dat bepaalde processen moeten geautomatiseerd worden, omdat er geen mensen niet meer zijn. Dus ik vind dat chic dat Peter zegt: we moeten het terug sexy maken. Ik denk dat dat voor aankoopgroeperingen, die natuurlijk allemaal hun eigen belangen hebben, maar dat we daar elkaar wel kunnen vinden als sector om dat terug sexy te maken. Dus het feit dat het beroep als dusdanig niet als kunst wordt gepercipieerd.
[33:26] Opvolging in familiebedrijven
Björn Crul: Naast die krapte op de arbeidsmarkt is er denk ik nog een andere problematiek. Veel zelfstandige keukenbouwers zijn opgebouwd rond één ondernemer of één familie. Is er nog opvolging? Zijn die jongeren nog geneigd om dat bedrijf over te nemen, Peter?
Peter Vanthienen: Dat is natuurlijk een probleem. Dat is niet alleen een probleem van keukenbouwers of interieurbouwers. Dat is een probleem in de totale familiale business, zal ik zeggen. Nu, op zich is dat niet zo’n probleem, want er zullen ook wel een aantal consolidaties zijn in onze job. Dus dat maakt niet zo’n probleem. Je krijgt natuurlijk ook wel gigantisch kapitaalintensieve bedrijven. Dat wordt misschien wel een probleem.
[34:05] Samenwerking en professionalisering
Björn Crul: Ook als je die technologie wil gaan integreren, bijvoorbeeld.
Peter Vanthienen: Ja, absoluut. Dus er zullen samenwerkingen moeten komen, er zullen consolidaties komen. Dat zijn ook zaken waar wij kunnen, zowel Frank als wij, kunnen wij daar echt wel iets in betekenen. Zoeken, want dan maak je ook heel leuke en attractieve bedrijven van. En dan is het geen papa-mama-zaak waar het soms heel leuk is, maar waar het vanaf 55, bij wijze van spreken, bijna uitbollen is. Dat mag niet gebeuren. Het is een stuk professionalisering waar die sector nog door moet.
[34:39] Nieuwe generatie ondernemers
Frank Rombouts: Ik heb gemerkt, om er even op aan te vallen, binnen de groep hebben wij, we bestaan nu 30 jaar en die eerste leden zijn er nog altijd. Die zijn 30 jaar ouder. Beetje tegen sommige verwachtingen in. Ik had dat zelf niet kunnen verwachten, misschien in die mate, dat eigenlijk die volgende generatie, twintigers, vooraan dertigers, dat die wel degelijk geïnteresseerd is om dat familiebedrijf over te nemen. Het gaat dan meestal ook over de iets grotere. En je ziet dat de manier waarop zij de business benaderen meer consoliderend is, stel ik vast. Dus zij gaan zoeken van: oké, hoe kan ik dit als ecosysteem gaan uitbaten? Hoe kan ik nog een overname doen? Generatie is. Dus daar waar we dachten van: oei, dit gaat stoppen, zien we dat eigenlijk de nieuwe generatie, en er zijn er toch een aantal bij ons, dat op een hele andere manier benadert, meer op een industriële, meer op een ondernemersmanier, dan als degene die begonnen is in de boogloods en het uiteindelijk ver heeft geschopt. Die professionalisering, dat is wel een sleutel voor die volgende generatie, dat voel ik. En we zien een aantal voorbeelden bij ons, daar ben ik heel blij mee, waar dat ook effectief is aan het gebeuren. Sleutel zijn, dat zal ook gewoon gebeuren.
[35:55] Digitalisering als basis
Peter Vanthienen: Ja, het is natuurlijk ook belangrijk dat we weten waarover we spreken. Ik denk dat er veel bedrijven vandaag nog niet echt weten waar de clue is in hun bedrijf. En daar gaat de digitalisering een heel stuk toe bijdragen. Dat we eindelijk eens goed weten wat onze aankoopprijzen zijn, wat onze verkoopprijzen zijn, waar zit de marge, waar zit de winst. Als we dat kunnen concretiseren, dan gaan we ook de jeugd wel gek genoeg krijgen om de bedrijven over te nemen.
[36:23] Artificiële intelligentie
Björn Crul: Want we spreken over digitalisering, automatisering. Straks komt ook artificiële intelligentie eraan. Ja, Frank, welke toepassingen van AI zouden relevant kunnen zijn in de sector?
Frank Rombouts: Ik denk dat vooral op dit moment, als we even de spiegel van vandaag nemen, dan zie je dat in het ontwerpproces AI al vaak gebruikt wordt. Al is het maar om een mooie render te maken die fotorealistisch is. Dan zien wij, als ik spreek over Royal Crown, de tools die wij aanbieden aan onze keukenfabrikanten. Zit AI vaak op de achtergrond. Er zijn verschillende agents die zorgen dat die klant op dat moment de juiste prijs heeft. Het juiste bestand wordt vrijgegeven door AI. Er zijn leerplatformen die we AI-gestuurd maken. We hebben een digitale avatar waar mensen mee kunnen praten. Dat soort toepassingen zijn eigenlijk de eerste vlaag, zal ik zeggen. Twee jaar, maar dat zal ongetwijfeld waar gaan komen.
[37:27] AI in de praktijk
Björn Crul: Peter, ik neem aan dat jullie daar ook mee bezig zijn.
Peter Vanthienen: Uiteraard. Ik wil er nog aan toevoegen, eigenlijk. Heel de socialmedia-aansturing via AI gestuurd. De leads die je binnenkrijgt. De opvolging van klanten. Het voorstellen van nieuwe producten. Die je eigenlijk klantgericht en persoonlijk maakt via AI. Je kunt er zodanig ver in gaan. Alles is eigenlijk vandaag onderworpen. Maar dat is ook belangrijk, want dat hoort ook bij die opleiding. Ze moeten er ook leren mee omgaan, ze moeten er ook niet bang van zijn. En of dat nu over een folder maken gaat, of over een advertentie voor Pinterest. AI is daar nodig vandaag. En dat is iets waar ze toch wel echt van bewust moeten zijn, zonder het achterliggende te vergeten. Want alle bestellingen die automatisch gaan en doorgaan en zo verder, oké, dat is minder zichtbaar. Maar het dagelijkse beheer is ook gevoelig voor AI, of door AI. En dat is iets waar we toch wel echt moeten op wijzen, dat ze dat ook moeten toepassen.
[38:26] AI-adoptie
Frank Rombouts: België was zeer slecht, heb ik vanmorgen in De Tijd gelezen. Dus je krijgt eigenlijk twee snelheden in de maatschappij. En dat zal in onze bedrijven niet anders zijn. Mensen die het beseffen en die ermee zeer snel aan de slag gaan, en mensen die er wat twijfelachtig tegenover staan. Het is aan ons om mensen te overtuigen van: kijk, dit is een realiteit die zeer snel evolueert en die men niet kan wegdenken. Het is aan Europa en aan België en aan Vlaanderen en aan ons allemaal om dat snel op te nemen en die processen te vereenvoudigen waar dat gaat. En uiteraard gaat dat doorstromen naar de productieomgeving.
[39:00] Duurzaamheid in de keukenbouw
Björn Crul: Een van de zaken waar we het nog niet over gehad hebben is de tendens naar meer duurzaamheid. De evolutie zelfs in de richting van een soort circulaire economie. Op welke vlakken zijn keukenbouwers bezig om hun productie en hun producten minder ecologisch belastend te maken, Peter?
Peter Vanthienen: Ik durf zeggen dat ze er zeer fel mee bezig zijn. De vraag is alleen: is het puur uit economische redenen of is het uit bewustzijn? Daar laat ik nog een beetje in het midden. Dat is dat de volgende generatie, en daar gaat het 10, 15 jaar over, dat de volgende generatie wel die eisen gaat stellen. En dat die wel gaan zeggen: is het correct hout en is het correct bewerkt en is het allemaal wel netjes gedaan? Mijn generatie, durf ik zeggen, is daar iets minder mee bezig. Maar de volgende generatie gaat daar zeker een punt van maken en we zullen er klaar voor zijn.
[39:50] Duurzaam ondernemen
Frank Rombouts: Betrokken om duurzaam ondernemen te promoten. Ik zie dat ook breder dan enkel het industriële aspect. Maar we zien wel dat daar toch nog een aantal quick wins zijn. We zien ook dat afhankelijk van wie men voor zich heeft, er relatief weinig kennis is rond duurzaam ondernemen. Wat is een SDG? Hoe maakt men een plan op? Wat is een VSME-rapportage? Wij als Royal Crown helpen de mensen met die eerste stappen te zetten. Afval is een groot probleem. Dus daar zijn we ook proberen te zien van daar zit een. Afval-MDF kan terugverwerkt worden tot nieuwe MDF, die rondhalingen organiseren. Daar zitten nog wel wat zaken. En last but not least, de consument moet de vraag ook stellen. Want Peter stelt terecht: is het nu uit economisch belang of ecologisch belang? We laten het even in het midden. Het zal ergens in de mix zijn. De consument heeft op dit moment die vraag nog niet echt, weten we. Maar ik denk dat het aan ons is om daar wat pionierswerk te verrichten, want we gaan ook niet anders kunnen. We moeten allemaal samen nog even kunnen meegaan op deze aardbol. En ook de meubelindustrie, grote houtverwerkers, hebben daar eigenlijk een bepaalde plicht naar de maatschappij en naar de planeet, denken we dan.
[41:16] Afvalstromen
Peter Vanthienen: Ik wil daar nog iets aan toevoegen, want we werken vandaag met Brio Groep, een Nederlandse firma, die plaatmateriaal aanlevert, maar die ook het afvalmateriaal… Dat is iets wat in België vandaag nog niet aan de orde is. Maar ik denk dat dat toch een stuk verantwoordelijkheid is van ook onze leveranciers, die toch ook wel moeten bewust zijn van wat we daarmee doen. Pakken wij het verpakkingsmateriaal terug en zo verder? Want dat is een gigantische berg afval.
[41:45] Circulaire keuken
Björn Crul: Zullen we in de richting van de circulaire keuken gaan? Ik weet bijvoorbeeld in Brussel is er een bedrijf dat in oudere woningen de keuken netjes afbreekt.
[41:59] Keukens hergebruiken
Björn Crul: De keuken terugplaatst. Gaat dat ooit een business worden op grotere schaal, denken jullie?
Peter Vanthienen: Ik heb het daar heel moeilijk mee. Door het feit dat we natuurlijk een gigantische prijsconcurrentie krijgen in dat lager segment, wordt het natuurlijk heel moeilijk om daar een concurrentie te vinden. Waar ik wel in geloof, dat is een beetje op zijn Duits, dat er keukens geplaatst worden en meegenomen worden. Dat je bijvoorbeeld in een appartement een aantal kasten zet, een aantal kasten, hoe zou ik zeggen, kant-en-klare meubels plaatst. Die je kunt meenemen achteraf naar je volgende huis. Daar geloof ik wel in. Maar in het restaureren en terug opmaken en terug gaan plaatsen, daar vrees ik een beetje toch wel een moeilijk verdienmodel te maken.
[42:42] Keuken meenemen naar een volgende woning
Frank Rombouts: Ja, wat Peter zegt, zien we nu ook al hier en daar opduiken. In Nederland is dat meer courant om te zeggen: ik neem ze mee. Ook in Duitsland. Je ziet dat die vraag bij de consument, zeker bij de jongere consumenten, wel wat begint te leven. Dat weet ik uit onderzoek. Keuken moet mee naar mijn volgende woning. Ja, die keuken verhuist mee, ook omdat mensen veel minder honkvast zijn. Dus de situatie, het is altijd een beetje het gevolg van hoe evolueren we demografisch. We zien eigenlijk een exponentiële stijging in het aantal mensen die prefereert om alleen te wonen. Dus ja, die kunnen niet alle vijf, zes jaar een nieuwe keuken gaan kopen. Die keuken kan wat mee verhuizen, maar stel dat die iemand leren kennen en die verhuizen dan weer. Dus dat is eigenlijk een beetje het gevolg van hoe we leven, denk ik ook voor een stuk. Ook iets wat zeer snel evolueert. Grote krapte, grote vraag, noem maar op. Specifiek rond duurzaamheid van het product zelf hebben we een refurbishingproject opgezet voor toestellen. Dus daar kun je wel, zoals een oude telefoon of een computer, bepaalde onderdelen vervangen en dat een second life geven. Dat is wel iets wat vrij snel en eenvoudig en toepasbaar is. Voor de keuken zelf treed ik Peter bij. Vrees ik dat dat niet echt de vraag van de consument is.
[44:01] Blik op 2030
Björn Crul: Tot slot, als we nu vooruitkijken naar 2030, wie zijn dan de succesvolle zelfstandige keukenbouwers die futureproof zijn? Peter?
Peter Vanthienen: Degene die luistert naar de consument. Dat zal degene zijn die overleeft. Het is niet moeilijker dan dat eigenlijk. Ze moeten natuurlijk goed kunnen tellen. In eerste plaats goed kunnen luisteren. En dan goed kunnen rekenen, goed kunnen tellen, goed nacalculaties kunnen maken. En zorgen dat ze blijven investeren in toekomstmateriaal. Of machines of wat dan ook. Er moet blijvend geïnvesteerd worden. En liefst ook nog een beetje geconsolideerd, dat we toch als klein België, want dat zijn we, we zijn nu eenmaal niet groter, toch wel op die markt onze rol blijven spelen en dat we zorgen dat onze leveranciers ook tevreden blijven met hetgeen dat wij doen. Dat is denk ik belangrijk.
[44:58] Toekomst van de sector
Björn Crul: Frank?
Frank Rombouts: Ja, ik kan me er eigenlijk wel bij aansluiten. … afspeelt. Ik zeg vaak tegen mijn marketeers: een goede marketeer is volgens mij een goede socioloog in de eerste plaats. Men kan geen communicatie creëren als men niet weet wat er gebeurt in de wereld rond zich. Ik denk dat dat voor onze ondernemers ook wel moet zijn. Alleen op het eiland, blind voor de realiteit, bij wijze van spreken met de potlood achter het oor, dat zal helaas niet meer lukken. Dus mensen die kijken wat de consument wil, die zien hoe de maatschappij evolueert, die zien wat hun andere aanbieders doen, die zich aansluiten bij een goede groepering zoals die van ons of die van Peter. Belangrijk, want dat is een van onze kerntaken om eigenlijk die evoluties in de gaten te houden en te zorgen dat mensen vrijheid hebben om hun product zo hoog mogelijk te fabriceren. En zullen wij wel kijken welke kanten dat het uitgaat en op tijd zorgen dat er initiatieven zijn om dat leven wat makkelijker te maken.
[45:50] Afsluiting
Björn Crul: Heren, ik vrees dat onze tijd erop zit. Ik onthoud dat de zelfstandige keukenbouwer nog altijd sterke troeven heeft: zijn vakmanschap, zijn maatwerk en zijn persoonlijk advies niet in het minste. Digitaler zullen moeten worden om te kunnen overleven in een concurrentiële wereld. Peter Vanthienen van Brio Groep en Frank Rombouts van Royal Crown, hartelijk dank voor dit gesprek.
Peter Vanthienen: Jullie ook.
Frank Rombouts: Dank je.
Björn Crul: En dames en heren, u bedankt voor het luisteren. Graag tot de volgende keer.



