Vrijstaande toestellen maken al sinds mensenheugenis deel uit van het keukenlandschap. De voorbije jaren verschoof de aandacht wel wat naar geïntegreerde oplossingen en ingebouwde keukenconcepten. Desondanks blijven de vrijstaande toestellen zich mooi handhaven. De blijvende aandacht voor design en de technologische evolutie maken van elk vrijstaand model een pronkstuk, of ze nu in de keuken staan of elders in de woning.
Een vrijstaand toestel is veelal een praktische keuze. Doorgaans zijn ze makkelijker te plaatsen en (indien nodig) te vervangen en ze vereisen uiteraard ook minder tot geen structurele aanpassingen aan de keuken zelf. Wie tijdelijk of permanent nood heeft aan een oplossing, komt als vanzelf bij de vrijstaande exemplaren uit. Mede daarom is ook de populariteit van een bijkeuken in stijgende lijn, een ruimte die zich bij uitstek leent om extra toestellen te plaatsen en de ‘echte’ keuken niet vol te stouwen met broodnodige toestellen.

Het verhaal van de vrijstaande toestellen stopt echter niet bij de bijkeuken. Integendeel, binnen moderne keukenconcepten tot zelfs interieurconcepten zien we ze verschijnen als een bewuste keuze. De vrijheid om de keukenopstelling later nog te kunnen veranderen is een belangrijk argument voor de ene terwijl anderen net vallen voor het design van de toestellen en vinden dat het zichtbaar mag zijn. Koelkasten, wijnklimaatkasten en fornuizen vormen wellicht de top drie van toestellen die prominent zichtbaar mogen, of zelfs moeten, staan. Zo worden deze niet alleen functionele elementen maar ook visuele blikvangers.

Met design alleen kom je er niet. De lat van de consument ligt terecht hoog. Een pronkstuk in de woning moet ook doen waarvoor het gemaakt is. Gelukkig zijn de technologische ontwikkelingen zodanig goed doorgedrongen dat ze het imago van de vrijstaande toestellen nog versterken. We denken daarbij uiteraard aan de specifieke vereisten van bijvoorbeeld de fornuizen, wijnklimaatkasten en koelkasten, de toestellen die we hier eerder hebben genoemd, maar ook aan de energie-efficiëntie ervan, de slimme connectiviteit en het gebruiksgemak. Energie-efficiëntie, en daaraan gekoppeld duurzaamheid, zijn een steeds belangrijker criterium. Het energielabel is dan ook een vaak bekeken document.

De conclusie is simpel: het vrijstaande toestel blijft een volwaardig onderdeel van het keukenecosysteem. Het imago is zo positief dat ze niet stiefmoederlijk meer worden behandeld. Een vrijstaand toestel is niet langer een alternatief voor inbouw, wel een item dat complementair is aan de inbouwapparatuur en als toegevoegde waarde zeker kan worden ingezet. Vrijstaand is allesbehalve een voorbijgestreefd concept.