De keukensector bevindt zich in een boeiende transitie. Het keukenmeubel wordt (of is) een volwaardig interieurelement en de scheidingslijn tussen de woonkamer en de keuken vervaagt hoe langer hoe meer. Voor de vakhandel betekent dat een pak meer kansen en een verschuiving in expertise. We ontwerpen immers geen ‘werkplek’ meer, maar wel een interieur dat moet volstaan aan de hoogste standaarden.
Dat de keuken het centrum van de woning is geworden, dat staat als een paal boven water. Van ’s morgens aan de ontbijttafel tot ’s avonds net voor het slapengaan bruist het van de activiteit. Dat maakt het ontwerpen van een keuken zo interessant. Het gaat niet meer louter om een functionele ruimte om de maaltijden te bereiden, maar om een polyvalente ruimte waar we veel tijd doorbrengen en verschillende activiteiten tegelijk plaatsvinden. Willen we een verandering van ons interieur, dan beginnen we in de keuken en trekken we die lijn door naar de rest van de woning. Actuele trends, stromingen, hypes en eventuele reacties daarop ontdekken we dus eerst in de keuken.

De sterke opmars van de ronde vormen en organische afwerkingen valt niet meer te ontkennen. Helemaal nieuw is dat uiteraard niet. Afrondingen in de keuken waren tientallen jaren geleden al mainstream. De vorige editie van de Küchenmeile was de aanzet van een revival, een bezoek aan EuroCucina dit jaar leerde ons dat de ronde vormen en de organische afwerkingen alomtegenwoordig zijn. Afgeronde hoekelementen, halfronde aanbouwtafels … De harde lijnen van een modern interieur worden op die manier wat verzacht.
Consumenten zijn veeleisend. Ze willen niet zomaar een mooie keuken en bij uitbreiding een stijlvol interieur. In de zoektocht naar authenticiteit komt de consument als vanzelf uit bij materialen die uitnodigen tot aanraken. Echt hout blijft een frontrunner, zeker omdat we ook natuurlijke elementen in ons interieur willen integreren. ‘Simpelweg’ echt hout gebruiken, dat zou wat te eenvoudig zijn. De veeleisende en authenticiteit zoekende consument voelt meer voor, bijvoorbeeld, fijn geprofileerde lattenstructuren en subtiele kaderfronten die reliëf brengen.


Het tijdperk van het klinisch wit ligt (eindelijk?) achter ons. De shift naar het huidige kleurenpalet van warme tinten en diepe, natuurlijke tonen is voltooid. De verbondenheid met de natuur, ingevuld door het gebruik van de materialen, zet zich ook door in de kleuren. Dat was ook te zien tijdens EuroCucina. Opvallende vaststelling: de kleuren zijn kalm aanwezig, niet opzichtig, niet schreeuwerig, niet excentriek. Deze warmere tinten, zoals bijvoorbeeld roest, zand en terracotta, worden wel eens aangevuld met eerder gedurfde accenten. Denk daarbij aan diep bordeauxrood, olijfgroen of nachtblauw.
Esthetiek is uiteraard een belangrijk aspect waarmee de keukenplanner rekening moet houden. De consument wil meer want ook de vraag naar meer opbergruimte en een strakkere belijning weerklinkt steeds luider. Het antwoord: hogere kasten met lagere plinten. Extra ruimte is zo meteen voorhanden terwijl de keuken meteen een meer ‘meubelachtige’ uitstraling krijgt. En wat dan met de ‘onzichtbare’ keuken? De keuken of keukenzones die we ondanks het esthetisch verhaal toch wat willen verstoppen. Denk maar aan een volledig functionele zone zoals een koffiehoekje of de bakoven. Wel, met op maat gemaakte pocketdeuren en andere inschuifbare deursystemen onttrek je die zones met één beweging aan het zicht.

Duurzaamheid. We kunnen er niet langer omheen: het is een eis. Consumenten zijn zich meer en meer bewust van de ecologische gevolgen van bepaalde keuzes die ze maken en zoeken dan ook naar die oplossingen om hun ecologische voetafdruk tot een minimum te beperken. Bovendien zijn ook fabrikanten volop met het thema aan de slag gegaan. Zo kijken alle betrokken partijen bewust naar de herkomst van materialen, bijvoorbeeld naar FSC-gecertificeerd hout en plaatmaterialen met een hoog aantal gerecycleerde vezels. Een langere levensduur is meer dan gewenst, zeker wanneer je de investering van de eindklant mee in het verhaal betrekt.
De keuken vraagt in 2026 om een integrale benadering, het vinden van de juiste balans tussen esthetiek, apparatuur, opbergruimte en budget. De uitdaging van de keukenprofessional ligt dan ook in het vertalen van heersende trends naar een ontwerp dat technisch haalbaar is en aansluit op de wensen van de klant.
